Hoe lang nog? (Deel 1)

Deel 1. De grote leugen

*75ste verjaardag

We hebben voor de zoveelste keer gekeken naar een klassieker. De leiders van zoveel landen zijn nog maar eens naar Auschwitz en ook naar Yad Vashem gegaan en hebben uiteraard opnieuw evenveel ronkende verklaringen afgelegd?  En nie wieder was daar, waarom ook niet, weer bij.

Maar in de rand werd het echte stuk gespeeld. Polen en Rusland vlogen mekaar in de haren. Israël pakte de Polen aan. Duitsland bleek uiteindelijk de enige natie te zijn met enige morele realiteitszin in deze lange en pijnlijke geschiedenis. De vertegenwoordigers van het Vaticaan deden nog steeds alsof hun neus bloedde.

 

 

Een beetje geschiedenis.

Het wordt moeilijker om de echte geschiedenis te schrijven. Alle betrokkenen, maar ook sommigen daarbuiten, proberen namelijk de geschiedenis te herschrijven. Alle betrokkenen herhalen steeds weer de argumenten en feiten die hen het best uitkomen. Maar er kleven veel “onaangename” feiten en beslissingen aan alle betrokken landen.

De Polen verwijten de Russen het Ribbentrop-Molotov verdrag van 23 Augustus 1939 en de daarop volgende inval van hun land door Nazi Duitsland en de Sovjet-Unie negen dagen later. Daarbij herinneren ze de wereld ook steeds, terecht, aan de slachtpartij van Katyn in 1940. Daarbij werden op bevel van Stalin ongeveer 20 000 Poolse krijgsgevangenen vermoord. Verder herhalen ze ook steeds de weigering van het Rode Leger om de Warschau opstand van 1944 door het Poolse verzetsleger ter hulp te komen.

De Russen op hun beurt herinneren de Polen eraan dat ze, zoals andere landen, een niet-aanvalspact voor een periode van tien jaar tekenden met Nazi Duitsland reeds in 1934. Polen, was volgens de Russen zelf mede verantwoordelijk aan het begin van de oorlog. Na het akkoord van München waarbij het Westen capituleerde voor Hitler wat Nazi Duitsland toeliet Tsjechoslovakije op te delen, profiteerde Polen onmiddellijk door een deel van Silezië, namelijk de Cieszyn/Tesin regio, op te eisen en te bezetten in perfecte coördinatie met de Duitse inval van Sudetenland. Voor dat gebied was er een akkoord getekend na WO 1 in 1920 tussen de twee nieuwe onafhankelijke staten, Polen en Tsjechoslovakije. Al was Polen geen bondgenoot van de Duitsers, het profiteerde netjes van de Tsjechische zwakte bij het verdelen van de buit.

Toen de Engelsen en Fransen eindelijk de expansie drift van Hitler na zijn bijkomende eis tot annexatie van Gdansk/Danzig en opheffing van de Poolse Corridor hadden begrepen en het diplomatiek waardeloze München pakt van September 1938 , begonnen ze zich voor te bereiden op een mogelijke oorlog. Ze gaven Polen garanties tegen een Duitse inval. Minder bekend is het feit dat de Sovjets op eigen verzoek in de zomer van 1939 een belangrijke Frans-Engelse militaire delegatie ontvingen. Ook zij wilden samenwerking met het Westen en een militaire samenwerking met Polen. De vraag hierbij van de Sovjet minister van landsverdediging was of men akkoord zou gaan dat de Sovjet-Unie Polen zou binnenvallen in geval de Duitsers dat eerst zouden doen. Hun argumentatie was om aldus een Duitse inval reeds vroeg te stoppen. De Polen echter waren niet akkoord en hield de Frans-Engelse delegatie enkele weken in Moskou aan het lijntje vooraleer een negatief antwoord te geven via de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, Jozef Beck, een man met zware Duitse sympathieën. De Poolse vrees is uiteraard begrijpelijk, gezien hun voorgeschiedenis met de Russen. Feit is dat toen het Poolse antwoord Moskou bereikte, de Russen twee dagen later Ribbentrop ontvingen voor de ondertekening van een pact tussen de Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland.

Israël daarentegen verwijt Polen dat het zeer weinig heeft gedaan om haar joodse bevolking ter hulp te komen. Poolse burgers hebben wel her en der hun joodse buren geholpen, maar volgens Israël: weinigen en veel te weinig. Hierbij wordt ook steeds herinnerd aan de pogrom van Jedwabne in 1941 uitgevoerd door Polen tegen hun joodse buren. De Poolse weerstandsbeweging heeft eveneens geen noemenswaardige acties ondernomen tegen de Duitsers. Toch zijn er ongeveer 3 miljoen joodse Polen en 3 miljoen niet-joodse Polen vermoord. Tijdens de opstand van het ghetto van Warschau in April 1943 is de weerstandsbeweging niet tussen gekomen en heeft zeker geen hulp verleend. In de eerste paar jaren na 1945 werden nog eens ongeveer 1500 joden vermoord in Polen.

Het onlangs verschenen boek van de Poolse geschiedenisprofessor Jan Grabowski Na Posterunku ( binnenkort in het Engels verkrijgbaar als On Duty) bewijst de grote betrokkenheid van de Poolse politie bij de jacht op joden tijdens de oorlog. Hij schat het aantal niet bevolen moorden op joden door de lokale politie op méér dan 200 000. Interessant detail is dat meerdere van deze politiemensen ook lid van de weerstand waren. De enige verklaring voor deze tegenstrijdigheid is het latente antisemitisme bij de Polen.

Bovenal is duidelijk dat we de argumenten van politici niet kunnen ernstig nemen in deze geschiedenis, toen niet, maar evenmin nu niet. En in naam van alle zinloze slachtoffers moeten we dit blijvend herhalen.

 

*De grote leugen van het Vaticaan.

We hebben het over de morele leugen van de paus rond de joden vervolging. Vrij vertaald “ik bescherm mijn kerk en mijn organisatie en mijn machtspositie en laat de joden creperen”. Nog anders gezegd, mijn ideologie afkopen tegen de zilverlingen van Judas. Dit is wat de kerk heeft gedaan: haar voortbestaan afgekocht tegen haar eigen geloof in, en tegen alle morele waarden waar ze beweert voor te staan. De jood Christus verraden door zijn eigen volgelingen om der wille van de macht. Maar erger nog is het feit dat de Roomse Kerk zich nadien wou vrijpleiten en de geschiedenis herschrijven.

 

1. Een beetje geschiedenis.

De Holocaust was overduidelijk een culminatie punt in een lange geschiedenis van antisemitisme. De verklaring en de argumentatie rond dit antisemitisme is oud, zeer oud, maar de natuur van de beschuldigingen zijn mettertijd niet alleen veranderd, maar eerder gecumuleerd en op mekaar heen gestapeld ( zie deel 2 * Het Antisemitisme).

Antisemitisme begint niet met de kruisiging van Jezus maar bij de wording van de joodse natie ( volk, land en godsdienst). Op Sinaï werd aan de joden verteld dat er slechts één god was, dat hij universele morele regels oplegt aan de gehele mensheid en dat zij, joden, uitverkozen zijn om deze morele regels blijvend na te leven en ook aan de anderen blijvend te herinneren. Iedere traditionele joodse familie is permanent geketend door deze beginselen. Wie kan namelijk, letterlijk in godsnaam, blijvend leven met leven-onderdrukkende wetten en regels ? Zij, de Hebreeërs, zouden het licht onder de naties zijn.

Als klein volk, bovendien in twee koninkrijken Judah en Israël gesplitst, werden zij bijna permanent door de omringende grotere rijken bezet. Na een Egyptische ervaring, kwam de pijnlijker Babylon periode met de eerste exodus als gevolg van hun verzet. Hun bevrijding door de Perzen betekende een “gouden” periode in de allereerste plaats wegens de hulp bij de wederopbouw, maar zeer zeker ook wegens de definitieve vormgeving van hun eigen mythologie ( zie ook in de rubriek Godsdienst de evolutie van het judaïsme).

Nog vele malen pijnlijker werd de bezetting door de Romeinen. Hoewel de Romeinen als regel bij ieder bezet volk de godsdienstige leer en gewoontes ongemoeid lieten en de lokale clerus als bondgenoot probeerden te houden, was er heel veel verzet en opstand onder het volk. De oorzaken hiervoor waren velerlei. Eén:  Alexander de Grote en de Grieken hadden bij hun passage heel uitdagende ideeën en een filosofie meegebracht die aanleiding gaf tot verregaande interne discussies. Twee: dit werd nog meer benadrukt door de verschillende stromingen onder de rabbi’s, die na Babylon een zeer grote rol hadden gekregen in de joodse maatschappij. Drie: het was ook een periode van materiële armoe en dus van maatschappelijke onrust.

Nieuwe profeten en messiassen ( vooral met godsdienstige, maar ook enkelen met maatschappelijke en politieke boodschappen) verschenen alom. Als het om godsdienstige disputen ging, lieten de Romeinen begaan en schoven dit door aan de clerus, maar als het om opstand ging tegen het gezag, dus de Romeinse bezetter, was de repressie hard en brutaal, met kruisiging als ultieme vernederende straf. Historische bronnen spreken van duizenden kruisigingen in die periode. Daar zullen vast en zeker een aantal Jesoeja of Joshua hebben tussen gezeten aangezien dit zeer veel voorkomende namen waren. Eén van de ideologische stromingen in deze zeer chaotische periode was gebaseerd op de prediking en de stellingen van ene Jesoeja of Joshua, waarvan geen enkel historisch bestaansbewijs is gevonden. Vandaar dat sommigen denken dat hij een composietfiguur zou zijn, ontstaan uit meerdere verhalen en omschrijvingen van opstandige nieuwe profeten. Wat dan ook, deze figuur werd gekruisigd als opstandeling tegen de Romeinen. Indien hij om ideologische, godsdienstige redenen was gestraft, zou hij door de joden zelf zijn gestenigd.

Toen echter een andere jood, Saul of Paulus, die de genaamde Jezus niet had gekend de hoofdstellingen van diens leer oppikte, veranderde er veel. Toen Paulus contact opnam met de Jerusalem groep ( hijzelf kwam uit Tarsus in het huidige Turkije), de joodse sekte die de genaamde Jezus wel zou hebben gekend, waren ze het helemaal oneens met zijn visies. Eén van de grote verschillen was de visie over de “natuur” van deze Jezus, namelijk goddelijk of eenvoudigweg menselijk. Noteer tussenin dat deze discussie zeer lang heeft gewogen op het ontstaan van de christelijke kerk. Paulus echter had reeds een vooraf gemaakte mening hierover en een precies doel voor ogen: namelijk het laten aanvaarden door en de integratie in het Romeinse Rijk.

Deze spanningen vinden we terug in een groeiend antisemitisme van de vroege kerk. In het begin waren zij allemaal joden en de Jezus-volgelingen bleven naar de synagoge gaan en werden verder besneden. Paulus zag universeler mogelijkheden met deze leerstellingen en introduceerde vrij snel de idee dat volgelingen niet meer moesten besneden zijn, waarbij het typisch joodse karakter van de sekte werd afgezwakt en iedereen welkom werd en een huis-aan-huis werving en bekering kon beginnen onder alle volkeren van het Romeinse Rijk. De basis was gelegd voor hevige disputen. Ook omdat de joden het goddelijke karakter en bovenal een mens met goddelijke natuur als een blasfemie beschouwden en nog steeds doen. De eerste fase van het antisemitisme, de godsdienstige fase met het verwijt van Christus-moord, zou weldra worden ingeleid door de eerste kerkvaders ( zie deel 2 van het artikel Hoe lang nog ?).

 

2. De cumul van de antisemitische argumenten.

De niet vervulde hoop op bekering van de joden naar de nieuwe leer van Christus, naar een nieuwe kerk  is de vroege kerkvaders en basisleggers van het christendom hoog blijven zitten. De morele autoriteit van het judaïsme hadden ze duidelijk niet juist ingeschat. Hetzelfde gebeurde met de orthodoxe kerk en nog later met de Reformatie. Allen hadden ze een aantal grondregels van het jodendom niet goed ingeschat of  begrepen.

Vanaf deze vaststelling waren de joden en het judaïsme de ideale schietschijf voor de andere godsdiensten. En dit is met ongemeen ongodsdienstige argumenten en daden gespeeld. Zeer dikwijls in samenhang met economisch-politieke crisissen werden zij de zondebok. Het heersende duo van kerk en staat had zeer dikwijls dergelijke zondebok nodig ( niets nieuws onder de zon dus). Het antisemitisme ging wel met ups en downs, meestal parallel aan politieke, economische of financiële gebeurtenissen. Door verbod om bepaalde beroepen uit te oefenen, door getto verplichting, door standvastigheid in geloof werden sommige joden succesvol in bepaalde nieuwe beroepen. De macht op basis van landbezit werd langzaam vervangen door mercantilisme ( onze gilden tegen de oude adel), daarbij werd geldhandel en kredietverlening een sleutelpositie. Vanaf de middeleeuwen werd dus ook de onderliggende economische toestand van sommige joden een bijkomende factor voor beschuldigingen.  De kerk en de koningen waren echte geldverslinders. Dikwijls waren de joden de geldschieters, maar ook de zondebok die ze konden beroven. Maar zie ook paus en Franse koning tegen de Tempelorde en tegen de Katharen in dezelfde context.  

In de industriële periode werden de joden beschuldigd als kapitalisten en tegelijk als leiders van het communisme en de vrijmetselarij. Nog later, na de stichting van de staat Israël werden ze ook zionisten. Maar de ene beschuldiging sloot de andere niet uit, integendeel, al deze beschuldigingen werden cumulatief tegen hen gebruikt.

We verwijzen hierbij graag verder naar Antisemitic Canard in Wikipedia.                           

 

3. Enkele vaststellingen.

  1. Er leven joden de wereld rond, maar het uitgesproken antisemitisme is uitsluitend een product van de christelijke blanke wereld. De haat en het gif van de vroege kerk, de herhalende aanvallen later van de politieke kerk heeft een uiteraard zwakkere als zondebok bestempeld.
  2. Het antisemitisme van de Arabische wereld is eerder recent ( sedert de oprichting van de staat Israël) en eigenlijk een antizionisme. Des te vreemder omdat de grond van islamofobie en antisemitisme zeer gelijkend zijn.
  3. In Azië, tenminste in de niet door het christendom beïnvloede landen, zijn geen bekende antisemitische stromingen.

 

4. De Katholieke Kerk en de Holocaust.

Ondertussen hebben we wel eens een artikel gelezen over paus Pius XII. John Cromwell, een katholiek die de levensloop van deze paus heeft onderzocht, noemt hem in zijn boek Hitler’s Pope. Hierin stelt hij dat de houding van de paus gedeeltelijk is ingegeven door diens antisemitisme, maar corrigeert Robert Wistrich dit antisemitisme is alleen maar in de “traditionele” betekenis. Wat uiteraard nog mee vragen oproept.

De eerste lichte wijziging in zijn houding kwam er slechts eind 1942 toen de geallieerden verklaarden de algehele overwinning na te streven, en niets minder. Toen werd de Duitse en Hongaarse bisschoppen het advies gegeven om zich uit te spreken tegen het afslachten van de joden. Hijzelf deed dergelijke uitspraak nooit.

Na de oorlog concludeerde de ICJHC ( International Catholic-Jewish Historical Commission) in haar tussentijdsrapport van oktober 2000, na jarenlang vitten over formulering van sommige documenten, dat de paus, in tegenstelling tot wat het Vaticaan lang had volgehouden, heel precies de toestand van de joden kende. Een brief van de Berlijnse bisschop von Preysing bewijst dat de paus reeds in januari 1941 op de hoogte was gebracht. In 1942 bezocht aartsbisschop Andrzej Szeptycki, ooggetuige van een massamoord in Lvov de paus met een verslag over deze feiten. Documenten hebben aangetoond dat hij eveneens tegen joodse emigratie naar Palestina was. Dit rapport werd in Juli 2002 afgesloten toen de katholieke vertegenwoordigers weigerden in te gaan op de vraag naar niet gepubliceerde documenten uit het archief. Een eindrapport kwam er dus niet.

In 2005 ontdekte de Italiaanse krant Corriere della Sera een brief, gedateerd 20 november 1946 waarin de paus opdracht gaf joodse kinderen gedoopt tijdens de oorlog ( dikwijls om aan vervolging te ontsnappen) niet aan de ouders terug te geven.

In juni 1944 zond Haim Barlas, een afgevaardigde van de Jewish Agency een kopie van een rapport van twee joodse ontsnapten uit Auschwitz aan bisschop Roncalli in Istamboel ( later paus Johannes XXIII). Roncalli zond het rapport aan het Vaticaan. Pas in oktober van dat jaar werd de ontvangst van het rapport bevestigd door het Vaticaan. Toen de joden uit Rome werden afgevoerd vlak onder de neus van het Vaticaan was er stilte. Gen protest, geen opmerking.

Na veel publieke druk deelde de huidige paus Franciscus op 4 maart 2019 mee dat de documenten van Pius XIII gerelateerd aan de holocaust periode in maart 2020 zouden worden vrijgegeven. Na amper een week werd dit gestopt door de corona toestand. Een paar onderzoekers van de Duitse krant Die Zeit onder leiding van Prof. Hubert Wolf meldden op basis van een te beperkt onderzoek ( amper één week) echter dat de voorlopig onderzochte feiten nog erger zijn dan men algemeen had aangenomen. In september 1942 was het Vaticaan beter geïnformeerd over de toestand in Duitsland, België, Nederland en Slovakije dan welke inlichtingendienst dan ook. Het Vaticaan ontkende echter elke kennis van de feiten, en loog dus herhaaldelijk. We verwachten dus nog vuurwerk als de werkzaamheden hernemen.

Algemeen kunnen we stellen dat de reactie van de paus complex en onsamenhangend is geweest. Zijn houding was slechts ingegeven door zijn persoonlijke houding tegenover de joden en door diplomatie om de belangen van de Kerk niet te schaden.

Iedere, volgens het Vaticaan, gedane stellingname was diplomatiek en duister in tekst en vaag in inhoud. De neutraliteit waarop het Vaticaan zich later heeft beroepen, staat in contrast met de pogingen die ze op een bepaald ogenblik ( noteer dat toen het Rode Leger reeds voor Warschau stond) heeft gedaan om de Geallieerden met de Duitsers aan tafel te krijgen voor een alliantie tegen de Sovjet-Unie. Zie hiervoor het boek Pie XXIII et le III ième Reich van Saul Friedlander uitgegeven bij Editions du Seuil in 1964. Hierin staat een groot deel van de correspondentie van de paus en diplomatieke documenten tussen het Vaticaan en Nazi-Duitsland.

John Morley, een katholieke priester, stelde het zo: het Vaticaan heeft de idealen die het voor zichzelf had vooropgesteld, verraden. Leonidas Hill ging nog een stap verder en stelde dat de theologie van de Kerk erin bestaat minder belang te hechten aan het redden van levens dan aan het redden van zieltjes.

De houding van deze paus vermindert echter geenszins de inzet en moed van heel veel individuele christenen ( katholieken en protestanten) tegenover joden onder het nazi regime.

James Caroll, een katholieke schrijver en uitgetreden priester vatte het als volgt samen ( tekst in het Engels): “ Auschwitz, when seen in the links of casualty, reveals that the hatred of Jews has been … a central action of Christian history, reaching to the core of Christian character… Because the hatred of Jews had been made holy, it became lethal… However modern Nazism was, it planted its roots in the soil of age-old Church attitudes and an nearly unbroken chain of Church-sponsored acts of Jew-hatred. However pagan Nazism was, it drew its sustenance from groundwater poisoned by the Church’s most solemly held ideology – its theology”.

Ook de houding en de sympathie van het Vaticaan in die periode tegenover veel christelijk geïnspireerde regimes met duidelijk fascistoïde ideologie roept vele vragen op. Een paar van deze regime zijn bekend geraakt om de wreedheid waarmee ze tegenstanders, joden, zigeuners en homo’s oppakten.

Op een rijtje:

  • Priester-president Jozef Tiso in Slovakije,
  • Ante Pavelic en de Ustashi in Kroatië,
  • Horty in Hongarije,
  • Ion Antonescu en de Ijzeren Garde van Codreanu in Roemenië,
  • Dollfuss in Oostenrijk,
  • Franco in Spanje,
  • Salazar in Portugal,
  • Rex en VNV in België,
  • Vichy in Frankrijk,
  • en natuurlijk Mussolini in Italië.

Zelfs na de oorlog stopten de sympathieën niet. Vanuit datzelfde Vaticaan werd een ontsnappingslijn opgezet door bisschop Alois Hudal naar hoofdzakelijk Zuid-Amerika voor vooraanstaande Nazi’s, inclusief Mengele.

 

5. Voorlopige conclusie.

Er was inderdaad geen directe lijn van de anti-joodse passages in het Nieuwe Testament naar de gaskamers van Auschwitz. De lijn is echter wel degelijk indirect.

Het begint rond 150 MTR met de gewilde misinterpretaties in het Nieuwe Testament.

Het theologisch anti-judaïsme van de vroege kerkvaders, eindeloos herhaald in de preken van de middeleeuwen over de Renaissance tot in de 20ste eeuw was de overgrote schuldige. De houding en het gedrag van de Kerk en de christenen was xenofoob van bij het begin. Wegens de joodse weerstand om opgenomen te worden in de culturele en godsdienstige hoofdstroom ?

Er was haar afkeer, een afzichtelijke menselijke karaktertrek, van de Kerk tegen hun intelligentie, hun gaven en successen. Die werden gretig geïnterpreteerd als sluwheid en de wil tot samenzweren. Op die manier vormde de Kerk doorheen haar preken en leer bij de bevolking een nieuw fenomeen: antisemitisme, een mix van krachtige precedenten en geërfde stereotypen.