Hoe rijk zijn onze partijen ?

Deze keer geen mythes, maar harde feiten. Na een reeks schandalen in de vorige decennia, heeft men, de politici zelf dus, een systeem bedacht waarbij de partijen worden gesponsord door de staat, dat wil zeggen door ons allemaal. Dit alles in naam van de democratie. Akkoord, het systeem is op zich te verkiezen boven het vorige, waarbij de partij die de grootste contracten kon aanbieden, meestal van uit de “bedrijfsonkosten” van de grote en kleine firma’s kon genieten.
Door de sleutel van het aantal kiezers te gebruiken waarbij de grootste partijen proportioneel gesubsidieerd worden, hypothekeert men reeds de volgende verkiezingen en organiseert men gedeeltelijk de bestendiging van het systeem. Iedereen gelijke middelen betekent een min of meer gelijke verkiezingscampagne. Maar dat is utopie, nietwaar ?
Wat betekent ons huidig systeem voor de bestaande partijen ?

De subsidies

Na de verkiezingen van 25 mei 2014 kunnen alle partijen samen rekenen op zo’n slordige 60,8 miljoen € toelagen per jaar. Met nog wat extra van de provincies en de verbonden instellingen komt het totaal op ongeveer 69 miljoen € om te verdelen. Na de genaamde verkiezingen betekent dit de volgende bedragen voor de verschillende partijen.

N-VA  12.269.438,09 €
PS                       8.819.807,91 €
MR 7.521.063,66 €
CD&V 7.397.089,60 €
Open VLD 5.878.905,14 €
SP.a   5.463.501,50 €
CDh 4.023.104,89 €
Groen 3.325.466,64 €
Vlaams Belang 2.086.159,73 €
Ecolo  1.842.674,74 €
FDF  753.688,78 €
Overigen 1.438.416,61 €
TOTAAL 60.819.317,19 €

Ten opzichte van de vorige keer zijn slechts drie partijen achteruit gegaan: Vlaams Belang met -2,2 miljoen €, Ecolo met -2,2 miljoen € en PS met 0,2 miljoen €. LDD verliet de arena. Een aantal verliezende partijen zijn er dus op vooruit gegaan. Deze situatie is ontstaan als gevolg van de hervorming van de Senaat.
De overheidstoelage in zijn totaliteit echter is gestegen van 56,5 miljoen naar 60,8 miljoen €, of zo ongeveer 7,6 %.

Het vermogen van de partijen

De meeste partijen kunnen van dit bedrag een reserve opzij zetten. Dat laat hen toe om hun vermogen uit te bouwen. Sedert 1999 kunnen we deze evolutie afleiden via hun geconsolideerde boekhouding die ze jaarlijks moeten publiceren. Deze geconsolideerde boekhouding houdt dus ook de financiën van hun onderdelen, zoals studiediensten, fracties en regionale afdelingen.
Om een idee te krijgen van de evolutie, moeten we eerste echter een paar ingrepen doen. Om het verdwijnen van de Volksunie, het ontstaan en verdwijnen van LDD en de opkomst van N-VA te omzeilen, hebben we de zes traditionele partijen ( Vlaamse en Waalse liberalen, socialisten en christen-democraten) bij mekaar gebracht en tegenover de totale evolutie te plaatsen om op zijn minst een evolutie te kunnen schetsen.
Bedragen zijn in miljoen €.

  Zes partijen Alle partijen
1999 57 69
2000 55 67
2001 68 84
2002 74 96
2003 73 90
2004 68 83
2005 81 101
2006 91 110
2007 86 103
2008 97 119
2009 82 111
2010 73 110
2011 79 123
2012 78 121
2013 80 127

Uit deze cijfers concluderen we een paar zaken:
1.    Het totale vermogen van de partijen neemt tijdens verkiezingsjaren steeds af. Niets abnormaals aangezien ze hun vermogen aanspreken om de campagnes te financieren.
2.    De traditionele partijen kenden een zeer sterke daling in 2009 en 2010.
3.    Lokale verkiezingen lijken de partijkas veel minder aan te tasten.

Per partij

Interessant is de evolutie per partij. Om niet jaar per jaar de cijfers per partij op te geven en de lezer voor de reeële toestand af te schrikken, hebben we geprobeerd aan de hand van alle bekende gegevens een globaal beeld te geven met gecumuleerde cijfers.

Evolutie van het vermogen van 1999 tot 2013 (steeds in miljoen €)

CD&V  8,94 naar 14,53
Open VLD 6,23 naar 12,53
SP.a    12,36 naar 16,23
Groen  1,89 naar 4,19
Vlaams Belang   5,05 naar 12,27
N-VA 2,52 naar 18,39
PS  17,92 naar 18,82
MR  6,88 naar 12,62
CDh  4,59 naar 5,42
Ecolo 3,67 naar 8,74
LDD 0,39 naar 2,20
Overige 1,69 naar 1,07

 

PS is steeds de rijkste partij geweest tot 2013, echter met weinig schommelingen. Geen terugval maar ook geen enorme groei. N-VA is na 2013 ( officieuze cijfers) de rijkste partij geworden op de periode van 2001 tot 2006 en van 2009 tot 2013 ( de ontbrekende jaren zijn de jaren van het kartel).
De snelste groeiers zijn N-VA en Vlaams Belang. De socialisten behouden ongeveer hun vermogen. MR en Open VLD verdubbelen bijna hun vermogen, net zoals Groen en Ecolo.
Een andere conclusie is dat men de toelage per verkiezingsstem over die periode bijna verdubbeld heeft.
Een derde conclusie is dat de vermogensopbouw tot 2018 nog grotere verschillen zal vertonen tussen de partijen dan er nu reeds is. Welke gevolgen zal dit hebben op de werking van de partijen en op de verkiezingscampagnes van de partijen. Dreigen wij naar Amerikaanse verkiezingsnormen af te glijden waarbij de éne partij een veel duurdere en geraffineerder campagne kan opzetten dan de andere ?
Een simulatie van de verdere opbouw van vermogen tot de volgende verkiezingen in 2018 geeft ons ongeveer volgend beeld (waarbij de cijfers steeds zijn uitgedrukt in miljoen €):

  2013 2018
CD&V  14,53 24,15
Open VLD 12,53 13,71
SP.a    16,23 23,08
Groen  4,19  5,71
VB    12,27 11,30
N-VA 18,39 43,29
PS  18,82 28,28
MR  12,65 17,80
CDh  5,42 7,95
Ecolo 8,74 11,72
FDF 1,07 1,35

Een totaalevolutie dus van 124,86 miljoen € in 2013 naar 188,35 miljoen € in 2018. We hebben het dus wel degelijk over het potentieel opgepot vermogen en niet over de toelage zelf. De N-VA verdubbelt hierbij zijn spaargeld op een periode van vijf jaar. Ze zal, volgens deze simulatie in 2018 ongeveer 15 miljoen € rijker zijn dan de PS bijvoorbeeld.
Het lijken wel banken. Maar bij banken blijven de spaarders nog altijd eigenaar van hun eigen vermogen, terwijl de steeds verder groeiende spaarpotten van de partijen door de burger wordt betaald.  
In deze tijden van besparingen en om te beletten dat we een aspect van de democratie zouden gaan scheef trekken, is de enige oplossing deze overheidssubsidies drastisch te verminderen. Op de web van N-VA stelde deze in 2014 dat deze miljoenen gerust wat minder mochten zijn. In de regeringsverklaring van datzelfde 2014 is echter niets daarvan terug te vinden. Wie de kat zet bij de melk, moet de melk betalen.

 

Trefwoorden: