De stroppendragers (deel 4)

Wat nu Europa, wat nu België ?

En België in dat alles? Wij zijn uiteraard maar een heel klein deel van de puzzel, die we in delen 1, 2 en 3 hebben beschreven. En we hebben bovendien een paar zwakke punten. Sommigen geloven nog dat we in 1302 leven en we dus met volledige zelfbeschikking onze problemen aankunnen. Trouwens, zelfs toen, betaalden we als kleine gemeenschap regelmatig voor het consumptiegedrag en de oorlogszucht van soevereine koningen, die ver weg woonden. En er zijn er nog in Europa die geloven dat we alles alleen beter aankunnen.

Is de ondergang van de westerse wereld nakend, zoals sommigen beweren? In het licht van andere recente ontwikkelingen in de wereld, roepen er zelfs dat de blanke christelijke wereld aan het verdwijnen is. Maar dat doen ook de oude traditionele samenlevingen en waarden van Afrika, Azië en Zuid-Amerika in versneld tempo. Noord-Amerika is reeds langer gematerialiseerd en de oude waarden zijn met de oorspronkelijke bevolking bijna verdwenen. Europa is evenals Australië reeds half verdwaald in comfort en in de consumptiewereld. Dezen die utopisch geloven dat we deze toestand kunnen omkeren, vergissen zich. Maar het is anderzijds wel juist dat er ontzettend veel vreemde en onaangename aspecten zijn ontstaan in deze wereld die ver van ons allemaal wordt uitgetekend, beslist en uitgevoerd. We hebben het over beslissingen waar we geen greep ( meer) op hebben, waar onze regeringen ( van linkse of rechtse signatuur) geen oplossingen meer voor hebben. Wat wij, en in de eerste plaats onze regeringen, nog kunnen is smeken dat Mittal toch maar niet zou weggaan ( of Volkswagen, of Ford, of Opel, enz…), geld aanbieden, onderling een fiscale voordelen oorlog voeren ( regio’s tegen mekaar en landen tegen mekaar) voor het inplanten van een nieuw bedrijf of het behoud van een bestaand bedrijf.

Onze westerse wereld is niet aan het verdwijnen, maar verplaatst zich meer naar het Oosten en de economische logica van ons systeem voorspelt ons nog enkele decennia later een verdere verschuiving naar Afrika en Latijns-Amerika. Bedrijven dichter bij de bron, de mijnen dus. Dit is de meest ultieme vorm van optimalisatie waar ons economisch systeem permanent naar streeft.

Want het gaat dus niet meer over Vlaamse of Catalaanse of Schotse culturele hegemonie. Het gaat om tewerkstelling en het welzijn dat daaruit voortvloeit. Hegemonie hebben we reeds lang niet meer en de tewerkstelling is afhankelijk geworden van mondiale competitie. De Vlaming werkt hard, zijn productiviteit is zeer hoog en zijn trouw aan de firma is blijvend. Dit blijven we steeds maar herhalen. Maar wat is de waarde hiervan als het bedrijf dan toch sluit of “delocaliseert” omdat er ergens anders een grotere markt is, omdat men elders grotere fiscale voordelen krijgt, of omdat men er “tijdelijk” de arbeiders aan de helft van de prijs kan laten werken.

Het gaat namelijk over winst maken en winst “optimaliseren”. Alles andere, hoe belangrijk ook, is eigenlijk maar bijzaak en wordt politiek gretig gebruikt als rookgordijn.

Wat kunnen we wel nog doen?

Het is, denk ik, ondertussen voor de doorsnee burger duidelijk dat de EU uitsluitend werd gecreëerd als een eenheidsmarkt, als een economisch geheel. Wat we vandaag zien in de wereldeconomie confronteert ons met de realiteit dat er inderdaad een handelsoorlog op komst is. De Chinese economie vertraagt en de USA hebben een nieuwe president die blijkbaar een protectionistische koers wil varen. De UK zal in zijn nieuwe rol, los van de EU, een andere concurrent worden van onze economische unie. Een gemeenschappelijke economische basis en markt is een noodzaak voor Europa.

Maar, waar en waarom het verkeerd is gegaan moet dringend worden geanalyseerd en gecorrigeerd. En dit moet uiterst snel gaan en daar vrezen we voor het ergste. De Unie als uitsluitend een ééngemaakte markt is veel te snel doorgevoerd. Teveel landen zijn met niet de nodige basis toegelaten in de Unie; sommigen zelfs op basis van “foutieve” of gemanipuleerde gegevens. De aangroei van het aantal consumenten en de toevoer van goedkope lonen was eigenlijk het belangrijkste objectief. Daar bovenop creëerden we ook nog een financiële luchtbel, die ons nog lang zal heugen. 25 jaar had datzelfde Europa ons ingestampt dat men moest dereguleren, dat men moest privatiseren omdat de vrije markt veel efficiënter functioneerde dan een gemeenschapsbedrijf. De realiteit heeft ons geleerd dat de vrije markt er ook dikwijls één is van schaamteloos winstbejag. Bovendien heeft de burger onthouden dat niet de veroorzaker werd bestraft, maar die integendeel werd bijgestaan met geld dat de burger mocht ophoesten. De Post en de nieuwe Belfius bank, bedrijven met een meerderheidsparticipatie van de gemeenschap blijken daarentegen wèl ordentelijk te functioneren. De bedreiging bestaat dat die straks zullen worden doorverkocht, in de eerste plaats om de gaten in ons budget te helpen dempen. Eénmalige maatregelen noemde de vorige oppositie, huidige regering, zoiets die het structureel probleem niet aanpakken.

De tijd is rijp om de liberalisering, die men ons reeds 30 jaar lang heeft ingeprent, in vraag te stellen. De tijd is helemaal rijp om ernstig te gaan nadenken of wij, de gemeenschap, niet opnieuw de basisproducten ( water, energie en maatschappelijke dienstverlening) in collectief beheer moeten brengen. En als we onze les goed geleerd hebben en hebben uitgekeken wat er elders in de wereld wel beter loopt, dan weten we dat het dagelijks beheer van een dergelijk bedrijf of bedrijven niet opnieuw moet gepolitiseerd worden en dat men creatieve bedrijfsactiviteiten in privè-handen moet laten; echter met striktere regels om misbruiken tegen te gaan.

Aanpak met een onmiddellijk effect:

  • En rechtvaardig fiscaal systeem. De eenvoudige redenering is dat een inkomen uit een loon, een inkomen uit beleggingen ( let wel we praten hier niet over het kapitaal, maar enkele over de interesten), en een inkomen uit verkopen van welke aard dan ook, eigenlijk op één en dezelfde basis zou moeten belast worden. Het aantal overtollige aftrekken, vrijstellingen, verminderingen en speciale particuliere voordelen zijn ontelbaar in ons land. 25 miljard euro, schat men, worden niet geïnd. Eenvoudige redenering. 10% hiervan afschaffen heeft als resultaat dat we het begrotingstekort oplossen.
  • Beloofd was een vereenvoudiging van onze belastingaangifte bijvoorbeeld. Resultaat: nog méér rubrieken dan vorig jaar. Deze creëren nog meer potentiële uitzonderingen. De ambtenaren komen nu al niet meer rond met hun tijd om degelijke in-de-diepte controle te doen, en dus … fraude.

Europees niveau

  • NIRP is een zeer betwiste politiek om het grote Europese probleem aan te pakken. In zijn simpelste vorm: het teveel aanwezige geld (!!!) in de economie krijgen via investeringen en/of consumptie door het renteloos te maken als economisch goed. Gevolg: miljarden in de Bahama’s, de weinige investeringen die er wel zijn geweest niet noodzakelijk in job creatie maar eerder in verregaande automatiseringsprojecten. Daar bovenop initiatieven tot stimulering van de investeringen zonder afdwingbare tegenprestaties, wat eerder op snoepwinkel met geschenken lijkt dan op een regeringspolitiek.
    Staatsleningen, die permanent zijn niet meer laten financieren door de eigen nationale bank, maar verplicht door private financiële organisaties aan te hoge rentes. En als onbegrijpelijke regel dat diezelfde private organisaties aan quasi nul procent kunnen lenen bij de Europese Centrale Bank, waar de eigen nationale bank lid van is.  Dit is de mooiste vorm van subsidiëring van private banken met Europees belastinggeld en niemand protesteert!
     
  • Onze oude nationale structuren spelen hierbij een zeer negatieve rol, want we zijn geen Unie gebleken maar een gemeenschap met vele stammentwisten. Grote landen hebben kleinere letterlijk verstikt ( zie de rol van de Duitse regering, in casu de Duitse banken, tegenover Griekenland bijvoorbeeld).
    Moeten we daarom terug naar de natiestaten of zelfs regio’s ? Ja zeker, maar alleen om de transparantie en het toezicht democratischer en directer te gaan organiseren. Bedoeling een soort super-confederatief Europa, waarbij op lange termijn de oude landsgrenzen moeten verdwijnen. Want wat wij er ook mogen over denken, we hebben wel degelijk een sterk Europa nodig. Als individuele staten hebben we weinig of geen kans in deze huidige wereldeconomie van slechts enkele machtige blokken.
     
  • De kans dat de USA, die Europa alleen als een concurrent ziet, ons de rug toekeert is niet uitgesloten. Tegenover China verliezen we elke dag meer concurrentiepositie. Wij zijn bovendien zeer afhankelijk van zware import van grondstoffen en energie, en zeer afhankelijk van export van technologisch hoogstaande producten. Maar die laatste markten ontsnappen ons ook zeer langzaam. Europa dient zich dringend te heroriënteren. Een richting hierbij is een nauwere samenwerking, wat ons betreft een sterke associatie met Rusland ( grondstoffen en technologie en omvang van de markt).
    Het kader daarvoor is vandaag onbestaande, voor sommigen ondenkbaar en wij vrezen helaas dat dit er niet zo snel komt. Europa moet zich snel gaan beraden of dreigt te vervallen in onze oude spookbeelden.

Een beetje utopie moet

Schaf de oude grenzen in één keer af. Wow! Hoe gaan we de oude culturele verschillen organiseren en verenigen met de economische realiteiten. Hiervoor moeten we echter helemaal niets uitvinden.

De realiteit van de driehoek Kortrijk-Rijsel/Duinkerke-Mons is een mooi voorbeeld. Deze gaat over twee landsgrenzen en twee taalgrenzen heen. Toch functioneert deze regionale eenheid uitstekend. De enige belemmeringen zijn de oude landsgrenzen. Schaf ze af en laat deze regio haar eigen raden installeren in SEC’s ( socio-economische-culturele regio’s) met haar eigen regelgeving. Hun gemeenschappelijke belangen zijn groter dan hun verschillen. Een ander voorbeeld is Genk/Hasselt-Maastricht-Aken ( drie landsgrenzen en twee taalgebieden). Dergelijke driehoeken zijn er veelvuldig in Europa.

We zijn akkoord dat dit verregaande utopie is, maar toch de enige vorm om alle grote belemmeringen weg te halen voor een verenigd en democratisch Europa in een federatie van SEC’s.

Utopisch kunnen we nog een stap verder denken en alle nadelen van onze representatieve democratie vervangen door een directere vorm van participatie en controle op de door ons verkozenen. Hoofddoel hierbij is dat onbekwame of “corrupte” politici kunnen vervangen worden tijdens de uitoefening van een mandaat. De elektronische middelen zijn voorhanden om de kiezers van een mandataris toe te laten de verkozene weg te halen als hij niet aan zijn mandaat voldoet, uiteraard alleen te beoordelen door dezen, die voor hem of haar hadden gekozen. Tegenstanders spreken hierbij onmiddellijk over de oncontroleerbaarheid, over het risico om van het parlement een duiventil te maken, om zonder voldoende informatie of door verkeerde informatie een mandataris te snel te beoordelen. Al deze kritieken zijn juist, maar zijn perfect oplosbaar. Als we er het nut van inzien en als we het willen. Uiteraard zal de oude politieke kaste op “haar” terrein dit soort ideeën afhouden. Aan de burger die nu reeds decennia de huidige beperkingen van ons systeem ziet en dagelijks ervaart om de traditionele vormen heen op veranderingen aan te sturen.

Gaat dit niet veel te ver? Helemaal niet. Het is de manier waarop de burger voor de optimalisatie van zijn eigen leven kiest: wegwerken van dwang regulering en intomen van individuele deregulering.

Het is tegelijk, zonder dat we ons hierover ten volle bewust zijn, het voorbereiden op de huidige evolutie naar de vierde industriële revolutie, die nog ingrijpender zal zijn dan de vorige (hierover méér in een aankomend artikel van de rubriek VARIA).

Trefwoorden: