De stroppendragers (deel 1)

Neen, het artikel gaat niet over de Gentenaars, maar over alle Belgen. En bij uitbreiding zelfs over alle burgers in de westerse wereld. Wij hebben namelijk allemaal dezelfde strop om de hals, de strop der staatsschuld. Hoewel deze staatsschuld gemeenschapszaak is, wordt ze niet door iedere Belg op dezelfde manier ervaren en gedragen. Het aspect van de afbetaling van deze staatsschuld en de gevolgen ervan voor de verschillende lagen van de bevolking zal wellicht later en in een andere rubriek behandeld worden. Hier wordt de achtergrond en de geschiedenis van het ontstaan en de merkwaardige groei ervan belicht. Tevens zullen we de gevolgen van dit alles proberen duidelijk te maken.

Enkele cijfers

Enkele cijfers om duidelijk te maken waarover het echt gaat. Gisteren 7 november 2016 was de toename van de Belgische schuld 507 € per seconde. Goed gelezen, per seconde. Onze Nederlandse buren stonden op 330 € per seconde. En de cijfers van andere Westerse landen zijn in dezelfde orde van grootte. De staatsschulden van alle eurolanden is in het eerste trimester van dit jaar sterker gegroeid dan onze economie, namelijk met ongeveer 0,9 % tegenover vorig jaar volgens cijfers van Eurostat. België kende daarbij de sterkste toename met 4,5 % tot ongeveer 111 % van ons bbp.

In brute cijfers betekent dit 447,8 miljard euro schulden in België. Het Franse cijfer staat op 2089 miljard euro ( ofwel 97,5 % van haar bbp) en Italië haalt zelfs 2184 miljard euro ( ofwel 135 % van het bbp). Volgens Europa zou deze staatsschuld niet hoger dan 60% van het bbp mogen bedragen. Luxemburg en enkele Oosteuropese landen halen deze norm.

Japan haalde 229,2 % en de USA 104,17 % in 2015. Indrukwekkend hierbij is het absolute cijfer van de USA, namelijk 19,79 triljoen dollar schulden!

Hoe problematisch is dit eigenlijk en wat kunnen de gevolgen zijn?

In gewone-mensen taal

Hoge schulden zijn niet uniek en de geschiedenis heeft ons geleerd dat ze ook snel kunnen afgebouwd worden. Hoe en ten koste van wat en van wie is een ander aspect van de discussie.

De geschiedenis steekt vol van hoge schulden toestanden. De Franse koningen ( maar er waren er uiteraard nog anderen) hadden soms de inkomsten van het volgende jaar reeds opgesoupeerd in het lopende jaar.

De financieringen van de veelvuldige Europese oorlogen ( waarbij heel snel heel veel geld nodig was) waren trouwens de basis en de oorsprong van de eerste poging tot oprichting van een “centrale bank”, en wel in 1694 in Engeland. Deze was op haar beurt een kopie van de Amsterdamse Wisselbank.

De functies en verantwoordelijkheden van centrale banken evolueerden erg doorheen de geschiedenis en vandaag omvatten die onder andere: het mede bepalen van de nationale monetaire politiek, het bepalen van het interestpeil ( bepaalt mede de inflatie niveau en de wisselkoers van de munt), bank van de banken en van de regering, beheren van de goudreserves en de buitenlandse wissel en het superviseren en eventueel reguleren van de banksector. Land per land, maar ook Europa met zijn gecentraliseerde bank hebben wel een paar verschillen in functie en verantwoordelijkheden.

Het hoofddoel is het uitvoeren van de monetaire politiek van een land, in het kort het nationaal streven naar optimale werkgelegenheid, het zorgen voor prijsstabiliteit en het begeleiden van economische groei. Over de instrumenten en beschikbare middelen willen we niet uitbreiden in dit artikel. Over de graad van onafhankelijkheid, tegenover de politiek in dit geval, zullen we misschien later nog eens verder praten.

Maar, laten we eerst en vooral duidelijk zijn, een centrale bank creëert niet de schulden van een land; in het beste geval probeert ze die te beheren met de instrumenten die de regering haar toelaat te gebruiken. Regeringen maken schulden en meestal ook nadien de fouten bij de bestrijding van deze schulden.

Alles begint met een eenvoudige rekening zoals in een huisgezin. Uitgaven tegenover inkomsten. Het kan eigenlijk niet eenvoudiger. Bij de regering begint alles met het budget: wat verwacht ik te ontvangen en wat wil ik gaan uitgeven. Een foutje aan de kant van de inkomsten of van de uitgaven, start het hele proces van lenen, rentes en schulden.

Nu weten wij allemaal dat deze simplistische voorstelling in de praktijk iets moeilijker ligt omdat er heel veel factoren zijn die de inkomsten en de uitgaven van een staat kunnen beïnvloeden. Een aantal van deze factoren liggen zelfs buiten de controle van de individuele staat. De eerste en belangrijkste factor is de economische en industriële toestand van een land. Maar ook de toestand van onze belangrijkste handelspartners bepalen onze evolutie. Bovendien staan tegenover al onze maatschappelijke en politieke keuzes ( onderwijs en welk soort onderwijs, een leger of geen leger, sociale zekerheid of individuele verzekeringen bijvoorbeeld) de uitgaven of inkomsten die hieraan verbonden zijn. Naast vele andere factoren is er uiteraard de vaststelling dat heel veel van de historische genomen beslissingen nu nog steeds doorwerken in onze schuldenlast.

België

Zoals hoger reeds vermeld is België één van de slechtste leerlingen in Europa. En politiek komt dan zoals steeds weer de discussie over de mogelijke oplossingen en keren we in essentie terug naar de basisvisies van de monetaristen versus de Keynesianen. Intermezzo: in België worden steeds opnieuw eerst de regionale “verschillen” gebruikt als uitgangspunt van deze discussie, vooraleer men over de “echte” elementen rond staatsschuld gaat praten. Pikant detail vandaag is wel dat Vlaanderen de laatste twee jaren de snelst groeiende staatsschuld noteert.

Jaren hebben een aantal partijen, die het monetarisme aanhangen, ons verteld dat we ver boven onze stand hebben geleefd, dat de putten van het verleden moeten gevuld worden, dat alle sociale en culturele projecten moeten wijken om onze economie weer op gang te trekken. Alle inspanningen moeten naar het bedrijfsleven gaan om er straks allemaal weer beter van te worden.

We stellen nu echter vast ( wij doen niet aan politiek en kijken alleen maar naar de feiten) dat deze partijen die nu samen in de regering zitten en deze laatste remedie willen toepassen, dat deze remedie helemaal anders uitdraait. Men kan wel een jaar, en mogelijk twee, blijven volhouden dat alles de schuld is van de vorige regeringen, maar langzaam blijkt dat de remedie zelf eigenlijk niet deugt. Om Krugman te persifleren: een dieet als behandeling voor een zieke man maakt de patiënt alleen maar zieker.

De cijfers over de bedrijven, die men zo nodig moest gaan helpen blijken ook al niet juist. De reserves, de winsten en de beschikbare middelen van de industrie zijn immers nog nooit zo hoog geweest. Zelfs The Economist ( een notoir pro-monetaire maatregelen krant) stelde op 26/3/2016 in een artikel met de titel “Too much of a good thing” dat de winsten te hoog zijn om goed te zijn. Normaal, meldt deze economisch conservatieve krant verder, gaat het grootste deel van de winsten naar nieuwe investeringen om de concurrentie voor te blijven. Maar nu worden honderden miljarden dollar in de wereld opgepot, zegt The Economist, of ze verdwijnen als slapend kapitaal in Panama, enz.

Sedert Luxleaks, Panama en Bahama Papers weten we dat ook de Belgen aan deze economisch onverantwoorde activiteit deelnemen. De bedragen zijn niet exact bekend, maar door extrapolatie van de wereldcijfers ( men schat een kapitaal surplus van 7000 miljard dollar) naar België toe zou dit bij ons een kapitaaloverschot van 100 miljard dollar betekenen. Dit bedrag doet ons toch even nadenken over de voortdurend geciteerde staatsschuld en vooral over de discussie rond gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid.

Vandaag stellen we vast dat de patiënt nog zieker wordt ondanks alle steun aan de industrie en de besparingen in die sectoren die zogezegd de oorzaak van onze schuldenlast zijn. Bekijken we echter de reële cijfers van het budget over de laatste 20 jaren en dan stellen we vast dat de openbare uitgaven, inclusief dus ook de sociale kost (ziekteverzekering, pensioenen, werkloosheid) nauwelijks is geëvolueerd en rond de 43 % van het BBP is gebleven. Tussen 1980 en zeg maar 2007 realiseerde België, mede door een regelmatig terugkerende besparingspolitiek een primair overschot dat gecumuleerd ongeveer 180 miljard bedroeg. Voor de niet gespecialiseerde lezer: primair overschot is het positieve verschil tussen inkomsten en uitgaven zonder de betaling van de interesten op de schulden. Wat hebben onze beleidsmensen met dit gecumuleerd primair overschot gedaan? Simpel: ze hebben die gebruikt om de interesten op onze schulden te betalen. Alle besparingen zijn naar onze schuldenaars gegaan. In 2015 was het “payment to revenu” (= inkomsten van de staat versus de kortlopende rente op schuld ) nog 10,65 miljard €; in 2016 is het reeds 12 miljard € geworden

Wie zijn dat eigenlijk, onze schuldenaars? Onze eigen banken, die we onlangs nog zelf hebben gered? Onze obligaties worden nog steeds gekocht, wat wil zeggen dat de “markt” gelooft dat we onze schulden nog steeds kunnen terugbetalen. Maar onze staatsschuld blijft astronomisch stijgen en de rentes dus ook. Het huis België wordt dus eigenlijk nooit van ons, Belgen, want onze schuld zullen we in realiteit nooit kunnen afbetalen.

Maar dit geldt uiteraard voor bijna alle westerse staten. Alle energie gaat naar het afbetalen van de rente op de schulden, maar niet naar het afbetalen van de schulden zelf.

Vreemd fenomeen bij dit voortdurend lenen om de rentelast te betalen is dat een aantal “grote” economisten ons steeds hebben voorgehouden dat dit de interestvoeten enorm zou doen stijgen, maar we zien vandaag het tegenovergestelde. De verklaring voor deze anomalie is heel simpel: het ontbrekende geld heeft nooit bestaan. Het is nooit aan ons overgemaakt en dus ook nooit uitgegeven. De schulden zijn het resultaat van leningen die in het verleden niet konden worden terugbetaald. In plaats van staten bankroet of “insolvabel of default” te verklaren, hebben de schuldenaars hen meer tijd gegeven en hogere interesten aangerekend. We hebben als staat sedert méér dan honderd jaar alleen maar interesten toegevoegd aan onze schulden.

Aangezien staten het privilege hebben geld te maken en uit te geven, en er bovendien ook de waarde van te bepalen, kunnen we ons de zeer eenvoudige, voor “grote” economisten kleuterklas vraag stellen: waarom hebben we geleend in plaats van zelf geld te creëeren? Hoeveel zou deze extra geldtoevoer gekost hebben per burger? En welke schuld hebben we nu per burger? En hoe, en hoe snel lossen we dit probleem op? En hoeveel en hoe lang lenen we nog?

In Europa zijn onze politici erin geslaagd, met het Verdrag van Maastricht, te aanvaarden dat het land niet bij de eigen Nationale Bank kan lenen aan zeg maar vandaag 0%, maar de lidstaten te doen lenen bij privé banken. Nationale Banken, zo argumenteerde men, konden te gemakkelijk door de eigen politieke klasse onder druk worden gezet. Maar door wie werd de politieke klasse onder druk gezet om aan hogere voorwaarden te lenen bij privé banken en fondsen ( en dit absoluut niet aan 0%)? Deze privé banken hebben eerst ditzelfde geld geleend bij de Europese Centrale Bank aan 0%. Europa subsidieert op die manier dus de privé banken om de lidstaten dieper in de schulden te brengen.

Tussen 1992 en 2011 leende de Belgische staat aan een gemiddelde rentevoet van 5,2%, wat ongeveer 313 miljard € betekende. Dezelfde lening aan 1% bijvoorbeeld bij de eigen Nationale Bank had ons 250 miljard € bespaard. Herinner u tussendoor dat onze huidige staatsschuld ongeveer 360 miljard € bedraagt en dat we ongeveer 12 miljard € jaarlijks betalen aan aflossing van de rente, niet aan aflossing van de eigenlijke schulden.

Vandaag dus

Het European Economic Forecast rapport nagelt de huidige minister van Financiën letterlijk aan de muur met de heel diplomatieke opmerking dat dit het gevolg is van het stilvallen van de binnenlandse vraag omdat de burger niet meer kan of wil uitgeven. Een prijzenoorlog tussen de grote distributieketens verhelpt hier niets aan. Ander gevolg: de traditionele middenstand is in deze situatie gedoemd te verdwijnen. Nochtans helpen de huidige olieprijzen, die historisch ontzettend laag zijn, ook niet om het gemiddelde budget van de burger op te trekken, omdat de indirecte belastingen blijven stijgen evenals de electriciteitsprijzen en de indexsprong eveneens 2% heeft gekost. Qua groei zat België steeds netjes boven de gemiddelde groei van de andere Euro-landen. In 2015 scoorden 11 anderen beter dan wij. In 2016 zegt het hoger vermelde Europese rapport zullen alleen Griekenland en Finland slechter doen dan België. En België kon genieten van de uiterst lage rentevoeten waardoor ze het tekort met ongeveer 0,2% konden drukken, voerde verregaande besparingen door en eindigt nog steeds met 2,9% tekort.

Blijkbaar in paniek, stelde onze minister van Financiën maatregelen voor. Verlaag de vennootschapsbelasting van 33,99 % naar 20 of 22 %. Dit kost 3,5 miljard €. Hoe verantwoordt men deze extra-kost bovenop de huidige budgettaire toestand? Enig antwoord: competitiviteit verhogen van onze bedrijven. Diezelfde bedrijven die volgens de Europese Commissie 700 miljoen € illegale staatsteun ontvingen. Deze belastingen zouden onmiddellijk kunnen geïnd worden, maar onze regering wil tegen deze Europese uitspraak in beroep gaan !

Niemand schijnt dus blijkbaar een echte remedie te hebben. De remedie van de monetaristen, drastisch besparen faalt overal. Keynesiaanse oplossingen kunnen misschien voorzichtig helpen in de veronderstelling dat er economische groei op gang komt. Maar dit laatste is zeer afhankelijk van externe factoren. Aangezien schuldafname alleen bij begrotingsoverschot tot stand komt, en aangezien onze politici de oude regels volgen, zullen we dus blijven besparen tot wanneer we een derdewereld land zijn geworden.

Gelukkig heeft de doorsnee Belg een redelijk spaartegoed. Eind september 2009  hadden de Belgische gezinnen een netto vermogen van 691 miljard €. Komt daarbij hun onroerend vermogen dat door de Nationale Bank op 1000 miljard € wordt geraamd. In totaal bezit de burger dus vier keer meer activa dan de staatsschuld. Dit vermogen zou dus ruimschoots volstaan om de overheid te financieren. Maar … dit gebeurt dus niet. Vraag blijft natuurlijk of men in bepaalde kringen inmiddels niet ernstig denkt aan een devaluatie van de Euro. Of waarom ook niet, de creatie van een nieuw fiatgeld. Bovendien past dit laatste idee perfect in het door de Chinezen gesuggereerde nieuw standaard supra nationaal betaalmiddel, een combinatie van de dollar, yuan, roebel, goud en olie. Dit idee kan perfect gelinkt worden aan zo een nieuwe fiatmunt.

Maar wat nu morgen?

Het lijkt erop dat de klassieke middelen om de spiraal te doorbreken, volledig ontbreken. Eén van de belangrijkste redenen is dat de mondialisering ons onderling zeer afhankelijk heeft gemaakt. Oplossingen die één enkele natie kunnen helpen, bestaan niet meer.

Anderzijds blijken de oude remedies niet helemaal te werken en beginnen sommigen te experimenteren.

(wordt voortgezet in De stroppendragers 2)

 

Trefwoorden: